Zwemeisen
|
Zwemdiploma A
Gekleed: met voetsprong te water, 15 seconden watertrappen, 12,5 meter schoolslag, onder een lijn door duiken, ½ draai om lengte-as en 12,5 meter enkelvoudige rugslag, uit het water klimmen.
Badkleding: met sprong te water, onder water oriënteren, 3 meter onder water zwemmen, door gat in zeil, 50 meter schoolslag, 50 meter enkelvoudige rugslag, drijven op borst, drijven op rug, 8 meter beginners-borstcrawl, 8 meter beginners-rugcrawl, 60 seconden watertrappen waarbij 2 x hele draai om lengte-as. |
|
Zwemdiploma BGekleed: met voetsprong te water, ½ draai om lengte-as, 30 seconden watertrappen, 25 meter schoolslag, onder vlot door zwemmen, 1/1 draai om lengte-as, 25 meter enkelvoudige rugslag, uit het water klimmen.
Badkleding: met een kopsprong te water, onder water oriënteren, 6 meter onder water zwemmen, door gat in zeil, 75 meter schoolslag waarbij 3 x voetwaarts naar bodem zakken, 75 meter enkelvoudige rugslag, drijven op borst, drijven op rug, 10 meter borstcrawl, 10 meter rugcrawl, 30 seconden watertrappen met armen en benen en 30 seconden met de benen. |
|
Zwemdiploma CGekleed: met rol voorover te water, 30 seconden watertrappen en 30 seconden drijven, 50 meter schoolslag onder vlot door zwemmen en over vlot heen klimmen, 50 meter enkelvoudige rugslag, uit het water klimmen.
Badkleding: met kopsprong te water, onder water oriënteren, 9 meter onder water zwemmen, door gat in zeil, 125 meter schoolslag waarbij 2 x koprol voorover en 2 x hoofdwaarts naar bodem duiken, 100 meter enkelvoudige rugslag, drijven op borst, drijven op rug, 15 meter borstcrawl, 15 meter rugcrawl, 30 seconden watertrappen met armen en benen en verplaatsen, 30 seconden verticaal drijven met gebruik van armen. |
|
Zwemvaardigheid 1
Gekleed zwemmen
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met sprong naar keuze (helemaal onder water gaan); na het boven komen aansluitend
- al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden blijven drijven (benen passief), aansluitend
- proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven te komen)
- onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt, na het bovenkomen aansluitend
- 50 meter enkelvoudige rugslag, 2 keer onderbroken door een koprol achterover,
- 50 meter schoolslag, 2 keer onderbroken door:
- onder een vlot in de lengte (minimaal 1,5 meter) door zwemmen
- vervolgens er op klimmen en aan de tegenoverliggende kant er af gaan
- wederom onder het vlot door zwemmen
- proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
- Tweetallen. Deelnemer A ligt watertrappend in het water, deelnemer B trekt deelnemer A vanaf de kant met behulp van een flexibeam of lesplankje naar de kant.
N.B. Het kledingpakket is gelijk aan het kledingpakket voor het zwemdiploma B van het Zwem-ABC: badkleding T-shirt, blouse of hemd met lange mouwen lange broek (lange broeken die naadloos aansluiten op de huid zijn niet toegestaan) schoenen (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan; schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan)
In badkleding
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 150 meter schoolslag, waarbij minimaal 2 keer een correct keerpunt wordt gemaakt (met beide handen aantikken, afzetten met beide voeten, in borstligging).
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 25 meter samengestelde rugslag.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 25 meter borstcrawl.
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), met wedstrijdstart, gevolgd door 25 meter rugcrawl.
- Starten in het water door afzet van de kant, gevolgd door 8 meter vlinderslag (bij voorkeur dolfijnslag).
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna het aantikken van drie pilonnen, die op een onderlinge afstand van 2 meter minimaal 2 meter onder het wateroppervlak zijn opgesteld.
- In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen) in de richting van het hoofd, proef afronden met een gehurkte draai (360°).
- In het water, tweetallen, 4 x de bal werpen (vangen hoeft niet, afstand is minimaal 2 meter).
- Starten in het water, 10 meter polocrawl zwemmen.
- 30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen.
|
|
Zwemvaardigheid 2
Gekleed zwemmen
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong voorwaarts, (helemaal onder water gaan); na het boven komen aansluitend
- al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 1 minuut blijven drijven, aansluitend
- proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong direct gevolgd door (zonder boven te komen)
- onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt, waarna (zonder boven te komen) een pilon op 12 meter (van de startkant) wordt aangetikt, na het bovenkomen aansluitend
- 50 meter enkelvoudige rugslag, 1 keer onderbroken door achtereenvolgens 2 keer voorover en 2 keer achterover rollen
- 50 meter schoolslag, waarbij 1 keer het volgende onderdeel wordt uitgevoerd met tweetallen:
- deelnemer A en B zwemmen naar elkaar toe, deelnemer A legt de handen op de schouders van deelnemer B en duwt deze even onder water terwijl hij/zij er overheen zwemt. Deelnemer B zwemt onder deelnemer A door;
- proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
- Tweetallen. Deelnemer A ligt watertrappend in het water, deelnemer B springt vanaf de kant met een hurksprong te water met een flexibeam of lesplankje in de hand, pakt vervolgens de kant vast, strekt de flexibeam of lesplankje uit naar deelnemer A en trekt deelnemer A naar de kant.
NB. Het kledingpakket is gelijk aan het kledingpakket voor het zwemdiploma B van het Zwem-ABC: badkleding T-shirt, blouse of hemd met lange mouwen lange broek (lange broeken die naadloos aansluiten op de huid zijn niet toegestaan) schoenen (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan; schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan)
In badkleding
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 175 meter schoolslag, waarbij minimaal 2 keer een correct keerpunt wordt gemaakt (met beide handen aantikken, afzetten onder de waterspiegel met beide voeten, gevolgd door een hele cyclus (armbeweging tot heupen, 1 beenslag) onder water).
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 50 meter samengestelde rugslag.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 50 meter borstcrawl (aantikken, keren en verder gaan).
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), met wedstrijdstart, gevolgd door 50 meter rugcrawl (aantikken, keren en afzetten op de rug).
- Starten in het water door afzet van de kant, gevolgd door 10 meter vlinderslag (bij voorkeur dolfijnslag).
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna onder water door 2 staande hoepels zwemmen die op een onderlinge afstand van 2 meter minimaal 1,5 meter onder het wateroppervlak zijn opgesteld.
- In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen) in de richting van de voeten , proef afronden met een gehurkte draai (360°) rechtsom, uitstrekken en aansluitend een draai (360°) linksom.
- In het water, tweetallen, 4 x de bal werpen (vangen hoeft niet, afstand is minimaal 4 meter).
- Starten in het water, 10 meter zwemmen met de bal met de polocrawl. 13.1 30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen, op signaal 3 keer omhoog komen.
|
|
Zwemvaardigheid 3
Gekleed zwemmen
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong voorwaarts, (helemaal onder water gaan); na het boven komen aansluitend
- al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden blijven drijven, daarna onder water gaan, de plastic zak legen, weer boven komen en opnieuw met lucht vullen en 30 seconden drijven,
- proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong direct gevolgd door (zonder boven te komen)
- onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt, waarna (zonder boven te komen) een pilon op 15 meter wordt aangetikt, na het bovenkomen aansluitend
- 50 meter enkelvoudige rugslag,
- 50 meter schoolslag , onderbroken door:
- een hoekduik, onder water door een poortje heen, een halve draai om de lengte-as maken naar rugligging en zo boven komen,
- proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
- Tweetallen. Deelnemer A ligt watertrappend in het water, minimaal 10 meter vanaf de kant. Deelnemer B springt met een hurksprong vanaf de kant te water met een flexibeam of lesplankje in de hand, strekt de flexibeam of lesplankje uit naar deelnemer A en trekt deelnemer A 10 meter in rugligging naar de kant.
NB. Het kledingpakket is gelijk aan het kledingpakket voor het zwemdiploma B van het Zwem-ABC: badkleding T-shirt, blouse of hemd met lange mouwen lange broek (lange broeken die naadloos aansluiten op de huid zijn niet toegestaan) schoenen (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan; schoenen zonder echte zool zijn niet toegestaan)
In badkleding
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 200 meter schoolslag, waarbij minimaal 3 keer een correct keerpunt wordt gemaakt (met beide handen aantikken, afzetten onder de waterspiegel met beide voeten, gevolgd door een hele cyclus (armbeweging tot heupen, 1 beenslag) onder water).
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd door 75 meter samengestelde rugslag.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 75 meter borstcrawl, waarbij minimaal 1 tuimelkeerpunt wordt gemaakt (voorover tuimelen en afzetten in borst- of in zijligging).
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), met wedstrijdstart, gevolgd door 75 meter rugcrawl, waarbij minimaal 1 keerpunt wordt gemaakt (op borst draaien, voorover tuimelen en (onder water) afzetten in rugligging).
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong, gevolgd door 15 meter vlinderslag (bij voorkeur dolfijnslag).
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en daarna onder water een hoepel van de bodem optillen (deze bevindt zich horizontaal op de bodem, minimaal 2 meter diep), er doorheen gaan (uitvoering vrij) en vervolgens weer boven komen.
- In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen) in de richting van het hoofd, aansluitend een gehurkte draai (koprol) achterover. 11.1 Starten in het water, 10 meter zwemmen met de bal met de polocrawl, met z’n tweeën naast elkaar, de bal twee keer naar elkaar overspelen.
- 30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen, waarbij de bal minimaal 3 keer wordt overgegeven van de ene naar de andere hand, ruim boven het wateroppervlak.
|
|
SurvivalBij dit diploma leer je hoe je jezelf kunt redden als je onverwachts in het water terecht komt en je leert wat je absoluut niet moet doen als een vriendje in nood is. Alle onderdelen dienen gekleed te worden uitgevoerd. De kleding moet tenminste bestaan uit: zwemkleding hemd (of T-shirt) overhemd of blouse met lange mouwen bovenbroek (lang) kousen of kniekousen of sokken kaplaarzen regen- of windjack Sticker 1 Red je zelf In het water komen (desoriëntatie/oriëntatie) Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprongetje voorwaarts, ga geheel onder, kom boven, maak vervolgens achter elkaar 2 rollen voorover en 2 rollen achterover en eindig de proef op een vooraf aangegeven punt, dat minimaal op 5 meter afstand ligt van het punt van te water gaan. In het water zijn (drijven/watertrappen) Te water gaan van de bassinrand of startblok, met een sprongetje voorwaarts, ga geheel onder, kom boven en blijf gedurende 3 minuten drijven door gebruik te maken van jack of laarzen. Verplaatsen (exclusief kaplaarzen) Te water gaan van de bassinrand of startblok, met een sprongetje voorwaarts, ga geheel onder, kom boven en zwem 10 meter, 2 keer onderbroken door het onder een vlot door zwemmen. Eindig de proef door het (eventueel via een vlot) op de kant klimmen.
Sticker 2 Red je zelf In het water zijn (drijven/watertrappen) Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprongetje voorwaarts, ga geheel onder, kom boven en blijf gedurende 4 minuten drijven door gebruik te maken van jack of laarzen. In het water komen en verplaatsen (exclusief kaplaarzen) Te water gaan van de bassinrand of een vlot, met een rol achterover, en zwem 25 meter, onderbroken door: het onder een vlot door zwemmen vervolgens er op klimmen en aan de tegenoverliggende kant er af gaan wederom onder het vlot door zwemmen. Eindig de proef door het (eventueel via een vlot) op de kant klimmen. Help een vriendje (mede-kandidaat van ongeveer gelijke lichaamsbouw) Helpen van de kant Breng een mede-kandidaat die op circa 3 à 4 meter afstand van de kant ligt met behulp van alternatieve hulpmiddelen naar de kant. De 'helper' mag hierbij zelf niet te water gaan. Zwemmend helpen (exclusief kaplaarzen) Te water zakken langs de bassinrand zonder dat het hoofd onder gaat, breng een 'alternatief' drijfmiddel naar een mede-kandidaat, en breng hem/haar, over een afstand van 10 meter, op een zodanige wijze naar de kant, dat hij/zij de 'helper' niet vast kan pakken. In het water, vervoer over een afstand van 25 meter een mede-kandidaat die drijft op de rug. De 'helper' plaatst zijn schouders tegen de voeten van de mede-kandidaat en zwemt schoolslag. In het water, vervoer samen met nog een 'helper' over een afstand van 25 meter een mede-kandidaat. De beide 'helpers' hebben steeds één hand onder een oksel en één aan de pols. Zij vervoeren naar keuze in borst- of zijligging. Sticker 3 Red je zelf In het water zijn (drijven/watertrappen) Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprongetje voorwaarts, ga geheel onder, kom boven en blijf gedurende 5 minuten drijven door gebruik te maken van jack of laarzen. In het water komen en verplaatsen (exclusief kaplaarzen) Te water gaan van de bassinrand of een vlot, met een rol voorover, en zwem 50 meter, 2 keer onderbroken door: het onder een vlot door zwemmen vervolgens er op klimmen en aan de tegenoverliggende kant er af gaan wederom onder het vlot door zwemmen. Eindig de proef door het (eventueel via een vlot) op de kant klimmen. Help een vriendje (mede-kandidaat van ongeveer gelijke lichaamsbouw) Helpen van de kant Vanaf de bassinrand werpen van een reddingsklos binnen handbereik van een mede-kandidaat die op ± 8 meter vanuit de bassinwand in het water ligt, gevolgd door het naar de kant halen, door middel van het inhalen van de lijn en het op de kant brengen door middel van een handreiking met tweetallen. Deze proef mag twee keer worden herhaald. Zwemmend helpen (exclusief kaplaarzen) In het water vervoeren van een mede-kandidaat, over een totaal-afstand van 25 meter. Daarbij dienen zowel de okselgreep, de polsgreep en de kopgreep te worden getoond. Tijdens het overnemen mag het contact tussen 'helper' en mede-kandidaat niet worden verbroken. Te water glijden langs de bassinrand zonder dat het hoofd ondergaat, aanzwemmen, met een hoekduik naar de bodem duiken, vervolgens een pop die zich op circa 2 meter onder het wateroppervlak bevindt ophalen, tonen en naar de kant brengen. |
|
Springen Sticker 1 Van de bassinrand of een startblok koprol voorover hurksprong door een door de kandidaat zelf te hanteren hoepel. Van de plank De rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt, uit stand. De zweefsprong voorover, gehurkt, uit stand of met aanloop. De rechtstandige sprong voorwaarts, gestrekt uit stand, met een halve draai om de lengte-as (schroef).
Sticker 2 Van de bassinrand of een startblok De rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt, uit stand, met een hele draai om de lengte-as (schroef). Van de plank De rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt, met aanloop. De zweefsprong, voorover, gehoekt met aanloop. De rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt, met aanloop, met een halve draai om de lengte-as (schroef). Salto (1/1) voorover gehurkt, uit stand of met aanloop.
Sticker 3 Van de plank De rechtstandige sprong voorwaarts, met aanloop, waarbij op het hoogste punt van de vlucht van de sprong een 'spreid-hoek' wordt gemaakt. Naar keuze van de kandidaat: de rechtstandige sprong voorwaarts, met aanloop, waarbij op het hoogste punt van de vlucht van de sprong wordt gehoekt. de rechtstandige sprong voorwaarts, met aanloop, waarbij op het hoogste punt van de vlucht van de sprong wordt gehurkt. De zweefsprong voorover, gestrekt, gehoekt of gehurkt, met aanloop. De rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt, met aanloop, met een hele draai om de lengte-as (schroef). Naar keuze van de kandidaat: de salto (1/1) voorover gehurkt, met aanloop de salto (1½) voorover gehurkt, met aanloop |
|
Nostalgische SlagenToen er nog geen borstcrawl en schoolslag bestonden waren er hele andere zwemslagen. Je leert er een aantal bij dit zwemvaardigheidsdiploma.
Sticker 1 Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 25 meter zwemmen met de zeemansslag. Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 25 meter zwemmen met de gewone zijslag. Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 25 meter zwemmen met de Northern Kick.
Sticker 2 Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 50 meter zwemmen met de zeemansslag. Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 50 meter zwemmen met de gewone zijslag. Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 50 meter zwemmen met de Northern Kick. Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 25 meter zwemmen met de Spaanse slag.
Sticker 3 Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 50 meter zwemmen met de zeemansslag. Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 50 meter zwemmen met de gewone zijslag. Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 50 meter zwemmen met de Northern Kick. Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 50 meter zwemmen met de Spaanse slag. Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, vervolgens 50 meter zwemmen, waarvan 25 meter met de Trudgeon en 25 meter met de Trudgeon-crawl. |
|
SnorkelenWie geïnteresseerd is in de wereld onder water heeft een leuke basis met het zwemvaardigheidsdiploma snorkelen.
Snorkelen 1 Met zwemvliezen Te water gaan met kopsprong, direct gevolgd door 25 meter borstcrawl. Startend vanaf de wand in het water. In maximaal 3 duiken, een rood, een geel en een blauw voorwerp, welke zich op een diepte van tenminste 2 meter bevinden, opduiken van de bodem. Met snorkeluitrusting 50 Meter snorkelen, waarbij elke 25 meter twee keer twee draaien worden gemaakt om de lichaamslengte-as, beurtelings linksom en rechtsom. De snorkel blijft in de mond. 50 Meter snorkelen, waarbij twee keer een hoekduik wordt gemaakt richting bodem, gevolgd door 10 meter onder water zwemmen. Gedurende de gehele afstand blijft het gezicht onder water. Op tenminste 1 meter diepte een oor tegen het uiteinde van een 2 meter lange pvc buis drukken. Op de kant wordt door de buis een voorwerp genoemd, dat dan door de kandidaat van de bodem gepakt en vervolgens naar de oppervlakte gebracht moet worden. Al zwemmend onder water twee uiteinden van een touwtje aan elkaar knopen met een platte knoop. 25 Meter snorkelen met één zwemvlies.
Snorkelen 2 Met zwemvliezen Te water gaan met schredesprong, direct gevolgd door 25 meter rugcrawl Met snorkeluitrusting Te water gaan met de snorkeluitrusting in de hand, uitrusting aan doen en 25 meter snorkelen met de dolfijnbeenslag. Vanuit het water 100 meter snorkelen, waarvan de eerste 25 meter met borstcrawl en de laatste 10 meter onder water. Na 20 meter snorkelen, duiken, een loodblok/loodgordel/zuignap vastpakken en 3 verschillend gekleurde voorwerpen pakken uit een emmer, die staat op een diepte van tenminste 2 meter. Voorwerpen naar de oppervlakte brengen. Te water gaan met schredesprong, aansluitend 50 meter snorkelen met de dolfijnbeenslag. Elke 25 meter wordt de snorkel uit de mond genomen, over de rug in de andere hand genomen en weer in de mond genomen. Het gezicht blijft steeds onder water. In maximaal 2 duiken naar de bodem een vierkant monteren met behulp van vier korte pvc buisjes voorzien van bochtjes. 10 Meter snorkelen, een hoekduik maken naar 2 meter diep water, lucht uitblazen en 5 seconden stil op de bodem liggen. 25 Meter snorkelen zonder duikbril.
Snorkelen 3 Met zwemvliezen Te water gaan met rechtstandige sprong, en zonder boven te komen 20 meter onder water zwemmen. 50 Meter borstcrawl. Met snorkeluitrusting 50 Meter snorkelen met de dolfijnbeenslag. 50 Meter snorkelen met borstcrawlslag, direct gevolgd door 50 meter snorkelen zonder bril, met gezicht in het water. 20 Meter onder water zwemmen, gevolgd door 25 meter buddy-breathing. 25 Meter snorkelen, na 5 meter hoekduik naar de bodem, mastworp leggen om de snorkel, snorkel weer plaatsen en leegblazen. 50 Meter snorkelen, onderweg vier pvc buisjes voorzien van bochtjes opduiken en monteren tot een vierkant. Duiken naar 2 meter, liggend aan loodblok/loodgordel/zuignap met behulp van stukje tuinslang een met 1 kg loodblok verzwaard hol voorwerp (bv. frisdrankfles) met een inhoud van 1.5 liter, omhoog blazen in maximaal 2 beurten. Bril opduiken van de bodem, onder water opzetten en leegblazen. In rugligging over de bodem zwemmen door 2 hoepels, die op tenminste 2 meter diepte en tenminste 5 meter uit elkaar staan. Starten in het water. Duiken door een hoepel, gevolgd door rugwaartse rol opnieuw door de hoepel, onder water blijven en dezelfde opdracht nogmaals uitvoeren door een tweede hoepel die zich op 5 meter afstand bevindt. Met een geblindeerde bril snorkelen over een afstand van 12 meter naar een afgebakend stuk zwembadwand met een lengte van 6 meter. |
|
KunstzwemmenBij dit diploma leer je allerlei kunstjes in het water, zoals een salto, zeilboot, balletbeen en dolfijn.
Sticker 1 Wrikken In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken in de richting van de voeten. Gehurkte draai In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken in de richting van het hoofd, gevolgd door een gehurkte draai. Dat wil zeggen: rugligging, beide benen gelijk optrekken, daarna hele draai om de midden-as en uitstrekken. Salto achterover gehurkt In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken in de richting van het hoofd, gevolgd door een salto achterover gehurkt. Dat wil zeggen: in rugligging, beide benen gelijk optrekken, hele draai achterover om de breedte-as tot uitgangspunt, daarna uitstrekken.
Sticker 2 Zeilboot In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken in de richting van het hoofd, gevolgd door een zeilboot. Dat wil zeggen: rugligging, één been optrekken tot het bovenbeen recht op het wateroppervlak staat en de voet zich ter hoogte van de knie van het gestrekte been bevindt, daarna terugkeren naar uitgangshouding. Waterrad In het water, rugligging handen bij de heupen, 5 meter wrikken in de richting van de voeten, gevolgd door een waterrad. Dat wil zeggen: in rugligging, benen en heupen kantelen, bovenbeen over bovenbeen bewegen, totdat een volledige draai (1/1) om de midden-as is bereikt. Salto voorover gehoekt In het water, borstligging, hoeken, draai inzetten en afronden tot uitgangspositie.
Sticker 3 Balletbeen In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken in de richting van het hoofd, gevolgd door een balletbeen. Dat wil zeggen: in rugligging, een been optrekken en vervolgens omhoog strekken, daarna terug-keren naar uitgangshouding. Kiep In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken in de richting van de voeten, gevolgd door een kiep. Dat wil zeggen: in rugligging, beide benen optrekken en kwartdraai om de breedte-as achterover, daarna beide benen uitstrekken en rechtstandig onder water zakken. Dolfijn In het water, rugligging, hoofd achterover brengen, daarna hele cirkel achterover maken tot uitgangspositie. Kano In het water, borstligging, rug hol trekken en 5 meter verplaatsen. |
|
Balvaardigheid
Bij dit diploma leer je allerlei trucjes met de bal, zoals met één of twee handen vangen en werpen, zwemmen met de bal en de bal op verschillende manieren op te pakken.
Sticker 1 Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 30 seconden ongelijkzijdig watertrappen. In het water, 5 keer vangen en werpen van een bal, met één of twee handen, van en naar een mede-kandidaat, die zich op ± 2 meter afstand eveneens in het water bevindt. In het water, 15 meter zwemmen met een bal met de polo- crawl, 3 keer onderbroken door het oppakken van de bal met één hand (steekmethode). In het water, 15 meter zwemmen met een bal met de polo-crawl in een slalom-parcours met 4 vaste markeringspunten (b.v. boeien), gevolgd door het oppakken van de bal met één hand (steekmethode) en werpen over een afstand van 4 meter (in de zwemrichting).
Sticker 2 Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 1 minuut ongelijkzijdig watertrappen onder andere met verplaatsen. Dat wil zeggen: dat op teken naast het watertrappen op de plaats ook, al watertrappend, voor-, zij- en achterwaarts wordt verplaatst. In het water 5 keer vangen en werpen van een bal, met één hand van en naar een mede-kandidaat, welke zich op ongeveer 3 meter afstand eveneens in het water bevindt. In het water 15 meter zwemmen met een bal met de polo-crawl, 3 keer onderbroken door het oppakken van de bal met één hand (draaimethode). In het water, 15 meter zwemmen met een bal met de polo-crawl in een slalom-parcours met 4 vaste markeringspunten (b.v. boeien), gevolgd door het oppakken van de bal met één hand (draaimethode), het maken van een halve draai om de lengte-as en het werpen van de bal over een afstand van 5 meter (tegen de zwemrichting in).
Sticker 3 Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar keuze, gevolgd door 1 minuut ongelijkzijdig watertrappen, waarbij de kandidaat een bal minimaal 10 keer, van de ene hand naar de andere hand 'jongleert'. In het water, 5 keer vangen en werpen van een bal, met één hand van en naar een mede-kandidaat, welke zich op ± 4 meter afstand eveneens in het water bevindt. In het water, 15 meter zwemmen met een bal met de polo- crawl, 3 keer onderbroken door het oppakken van de bal met één hand (drukmethode). De proef wordt afgerond met het wederom oppakken van de bal met één hand (drukmethode), het maken van een halve draai om de lengte-as en het werpen van de bal over een afstand van 7 meter (tegen de zwemrichting in). In het water, 15 meter zwemmen met een bal met de polo-crawl in een slalomparcours met 5 vaste markeringspunten (b.v. boeien), gevolgd door het oppakken van de bal met één hand (drukmethode), het maken van een halve draai om de breedte-as achterover (komen tot rugligging) en het werpen van de bal over een afstand van 7 meter (in de zwemrichting). |
|
|